JA Mono

Etiam iaculis dignissim quam, et ultrices augue faucibus phasellus

De uitdrukking “te groot voor het servet, te klein voor het tafellaken” betekent zoveel als dat iemand “te groot voor het één, te klein voor het ander” wordt bevonden. Of: “te goed voor het één, niet goed genoeg voor het ander”. In het bedrijfsleven lijkt deze uitdrukking ook opgeld te doen.

Nederland lijkt steeds meer de dupe te worden van het tolerantie beleid dat ze decennia lang heeft gehuldigd. Als Nederlandse Nederlander wordt je in toenemende mate geconfronteerd met niet-Nederlandse Nederlanders, die steeds luider ageren tegen gewoonten en tradities waarmee je bent opgegroeid. De manier waarop dit gebeurt geeft niet het gevoel dat er sprake is van wederzijdse tolerantie, maar dat het eenrichtingverkeer aan het worden is.

Dat - vaak onschuldige - tradities hiermee verloren gaan is jammer te noemen. Wat echter ernstiger is, is de wijze waarop deze tradities om zeep geholpen worden. En ronduit schokkend is de manier waarop Nederlandse Nederlanders dit vergoelijken en daarmee de democratie verkwanselen. Het respect voor de Nederlandse normen en waarden - althans die waarmee ik ben opgevoed - neemt zienderogen af.

Het gaat nu zelfs zo ver, dat sommige woorden en uitdrukkingen moeten worden afgeschaft, omdat groepen niet-Nederlandse Nederlanders zich - al dan niet terecht - daaraan storen. Woorden als allochtoon en autochtoon, vindt men beledigend, negerzoenen (in alle opzichten aan te bevelen), zijn taboe, integreren moeten we maar anders gaan noemen en Piet mag niet meer zwart zijn. Ook grappen maken over niet-Nederlandse Nederlanders wordt steeds minder gewaardeerd en leidt tot schoffering en bedreiging.

Laten we duidelijk zijn: discriminatie is op geen enkele manier te accepteren en goed te praten.
Wat echter discutabel is, is dat als iets niet welgevallig is, dit gelijk als discriminerend wordt teruggekaatst, waarmee elke discussie verder onmogelijk wordt.
Wat ook verwerpelijk is, is dat in een aantal situaties het (soms verre) verleden erbij gehaald wordt om de Nederlandse Nederlanders nu daarvoor met terugwerkende kracht alsnog aansprakelijk te stellen (zwarte piet, gouden koets, om maar eens iets te noemen). Er is in de historie van ons land veel gebeurd en zeker zijn daar ook zaken gepasseerd die - in de huidige tijdgeest - niet meer door de beugel kunnen. Maar Nederland is daarin niet het enige land en het lijkt me dat dergelijke zaken in het perspectief gezien en in de tijd gelaten moeten worden waarin deze plaatsvonden.

Het principe van het inburgeren in ons land is, dat mensen zich aanpassen aan de normen, waarden en gewoonten van het land waar ze naar toe komen. Zo heb ik dat althans altijd begrepen. Wat we nu echter steeds vaker zien, is dat deze mensen - tot voor kort allochtonen geheten - steeds vaker willen bepalen hoe het er in Nederland aan toe moet gaan. De oorspronkelijke bewoners – voorheen autochtoon genoemd - moeten zich telkens opnieuw schikken in de normen, waarden en gewoonten die deze allochtonen meebrengen. Ook moeten we meer en meer rekening houden met de gevoelens van deze niet-Nederlandse Nederlanders, waarbij deze er gemakshalve maar vanuit gaan, dat we onze eigen gevoelens daaraan ondergeschikt maken.

Als P&O-er houd je je niet bezig met ras, geloof en afkomst, maar met de kwaliteiten die nodig zijn om een functie in te vullen. Daarover moet je vanaf het eerste gesprek transparant zijn. Dat nu het anoniem solliciteren gepropageerd wordt, is een brevet van onvermogen en getuigd (wederom) van het niet durven aanpakken van een probleem bij de kern.
P&O - als geen ander - moet bij het in-, door- en uitstroombeleid open en eerlijk, maar ook duidelijk en consequent zijn. Dat is transparantie in optima vorm. Alleen op deze wijze kan aan iemand, die zich dan om wat voor reden dan ook gediscrimineerd voelt in zo’n proces, duidelijk uitgelegd worden waarom welke keuzes gemaakt worden. En dat je daarbij niet iedereen altijd tevreden kunt stellen is evident.

Dezelfde tolerantie en transparantie moet in de maatschappij ook terugkomen, naar iedereen die daar onderdeel van wil uitmaken. Open, eerlijk, maar ook duidelijk. En accepteren dat je niet altijd je zin kunt krijgen, dat is nu eenmaal niet anders in een democratie. En dát geldt voor iedereen, autochtoon én allochtoon.

Met enige regelmaat is er in de diverse media discussie over graaiende bazen en
personeel wat daarvan de dupe wordt.

Toen ik besloot om voor me zelf te gaan beginnen, was er één aspect waar ik niet
lang over hoefde na te denken: De naam die ik aan mijn eenmanszaak ging geven zou
verwijzen naar P&O en niet naar HRM. Waarom?

De weegschaal is een mooi voorbeeld van hoe balans gezocht kan worden. Op basis
van het gewicht aan de ene kant, moet het juiste tegenwicht gezocht worden om
de schaal in balans te brengen.