Blog

Een brug is een verbinder tussen twee werelden die los van elkaar staan, maar toch
bij elkaar horen. Die niet met, maar ook niet zonder elkaar kunnen.

Goed gereedschap is het halve werk. Zonder de juiste hulpmiddelen wordt het in
elkaar zetten van een kast of het plaatsen van een keuken een lastige klus die
vaak ook nog eens langer duurt.

De herfst is één van de vier seizoenen die we kennen en die wordt gekenmerkt door
enerzijds guur en koud weer en het vallen van de bladeren, maar anderzijds ook
door een enorme kleurenpracht in de natuur. Herfst is aftakelen in schoonheid.

Discriminatie is al eeuwenoud, zit in onze genen. We kunnen niet met en we kunnen niet
zonder. En we presteren het om een uiteenlopende hoeveelheid zaken onderwerp
van discriminatie te maken. Geloof, kleur, afkomst, geslacht, leeftijd, gebrek,
traditie, je kunt het zo gek niet verzinnen, of we weten er een discriminatie
dingetje van te maken.

Om discriminatie in wat voor vorm dan ook tegen te gaan is het eerste artikel van
de Grondwet gewijd aan het zogenaamde gelijkheidsbeginsel. Ook in de diverse
internationale verdragen zie je dit gelijkheidsbeginsel terugkomen.

Je zou dan ook mogen verwachten, dat discriminatie een uitstervend iets is, een
woord wat op den duur uit de Van Dale zal verdwijnen. Niets is echter minder
waar. Gezien onze welhaast natuurlijke aanleg voor discriminatie, lijkt dit een
onuitroeibaar fenomeen, waar geen wet tegen opgewassen is.

In het bedrijfsleven is dat – uiteraard – niet anders, ook daar zijn in de loop
der jaren allerlei regels in het leven geroepen – gebaseerd op onder meer de
Grondwet - die discriminatie tegen moeten gaan. En ook daar blijkt de mens uitermate
behendig in het vinden van de mazen daarin.

P&O heeft een voorbeeldfunctie waar het gaat om het naleven van de regels omtrent discriminatie. Het is
dan ook schrijnend te moeten constateren dat veel organisaties die zich
bezighouden met werving en selectie heden ten dage – al dan niet onder druk van
opdrachtgevers – artikel 1 van de grondwet aan hun laars lappen. En daar nog
mee wegkomen ook. Het wordt allemaal mooi verpakt, in woorden en zinnen waar
taalvirtuozen van likkebaarden, en met geautomatiseerde systemen waarbij
kandidaten zelf hun gegevens moeten invullen, waarachter het vervolgens goed
schuilen is.

In essentie komt het er bij deze organisaties op neer dat de wil van de
opdrachtgever wet is. Bedrijven willen geen oudere werknemers, ze willen geen
Wajongers, ze willen geen mensen uit een andere branche, ze willen geen
parttimers, ze willen geen mensen zonder WO papiertje, en ga zo maar door.

En veel van deze werving & selectie organisaties werken daar aan mee! Het
adagium lijkt te zijn “liever een discriminerende klant dan geen klant”. Selectie
op basis van kwaliteit lijkt daarmee ondergeschikt gemaakt te worden aan de
discriminerende luimen van opdrachtgevers.

Dit zegt overigens niet alleen iets over deze bureaus, maar zeker ook over de
kwaliteit van P&O binnen die werkgevers die zich aan dergelijke praktijken
schuldig maken. Dat maakt het des te schrijnender.

Het wordt tijd dat werkgevers er van doordrongen raken dat ook bij werving en
selectie discriminatie – op welke wijze dan ook - niet mag.

Het wordt tijd dat werkgevers zich bewust worden van het feit dat ouderen of mensen
met een beperking in kwaliteit en loyaliteit het niet zelden beter doen dan
andere werknemers. En dus wellicht per saldo niet eens zoveel duurder zijn.

Het wordt tijd dat werkgevers zich realiseren dat goedkoop nog steeds duurkoop is.

Het wordt de hoogste tijd, dat werkgevers inzien, dat kwaliteit niet bepaald wordt
door leeftijd, afkomst, geslacht of geloof, maar door de juiste persoon op de
juiste plek.

Iedereen die zich bezighoudt met werving & selectie, HR, werving &
selectiebureaus, uitzendbureaus, etc. moeten hierbij het voortouw nemen. Ze moeten
nee durven gaan zeggen tegen werkgevers dan wel opdrachtgevers die zich schuldig
maken aan discriminerend gedrag. Dat getuigt niet alleen van goed burgerschap,
maar ook van visie. En het getuigt van oprechte liefde voor en betrokkenheid
bij het vak.