De huidige maatschappij vraagt, meer dan voorheen, dat we in vorm blijven. Als we
niet gezond leven en niet voldoende bewegen kan dat ernstige consequenties
hebben. In vorm blijven is een gewichtige noodzaak heden ten dage.

Het lijkt nobel dat hieraan zoveel aandacht besteed wordt, maar de motieven
hiervoor zijn over het algemeen minder nobel, want kosten gedreven. Zieke mensen
kosten de maatschappij veel geld en dus moet meer gedaan worden aan preventie.

Ook het bedrijfsleven begint in toenemende mate weer te beseffen dat er meer
aandacht moet zijn voor de gezondheid van medewerkers. Gezonde en fitte
medewerkers leveren tenslotte een betere bijdrage aan het welbevinden en - niet
te vergeten - het resultaat van de organisatie waarvoor ze werken.

Interessant hierbij is, dat tot zo’n 15 jaar geleden het heel normaal was dat werkgevers
aandacht besteedden aan de gezondheid van hun eigen medewerkers. Veel organisaties
hadden eigen arbodiensten, met eigen Arboartsen, organiseerden regelmatig
sportdagen en stelden hun medewerkers in staat om zich periodiek geneeskundig
te laten onderzoeken. Soms zelfs werden inhouse eigen sportfaciliteiten
gecreëerd. Dit alles werd de laatste decennia, onder het mom van moeten
bezuinigen, afgebouwd en/of (deels) extern belegd.

P&O heeft een belangrijke rol in het gezond houden van medewerkers. Samen met Arbo
artsen en leidinggevenden vormt P&O de driehoek die hierover waakt. Zij
heeft daarbij de rol van aanjager, facilitator en bewaker van afspraken die in
dat kader gemaakt worden.

In de worsteling die werkgevers hebben met het enerzijds in de hand willen houden
van de kosten en anderzijds de noodzaak om te (moeten) investeren in de
gezondheid van de werknemers, zal P&O er voor moeten zorgen dat zij ook op
dit onderwerp in vorm zijn.

Een P&O-er in vorm moet in staat zijn op dit vlak voldoende gewicht in de
schaal te leggen.