Lezen is een groot goed. Het verrijkt je geest en levert een goede bijdrage aan de
algemene ontwikkeling van mensen.

Er zit echter ook een keerzijde aan. Als je bijvoorbeeld alles leest wat er
geschreven wordt over hoe je in, met en voor organisaties bezig kunt zijn om
deze beter te laten renderen, dan kom je niet meer toe een het feitelijke doen.
Dan wordt je verzwolgen door alle wijsheden en waarheden en komt er niets
zinnigs meer uit je handen.

Wat in toenemende mate zichtbaar wordt is, dat steeds meer waarde wordt gehecht aan
het hebben vergaard van theoretische kennis, wat dan ook nog eens moet worden
bevestigd door het hebben van een diploma. Voor menig functie dient heden ten
dage te pas en te onpas minimaal een Master diploma overlegd te worden. Het
aantoonbaar hebben vergaard van theoretische kennis is norm geworden voor het
kunnen vervullen van functies.

Dit wordt mede gestimuleerd door de overheid die, met allerlei maatregelen rondom
het studeren, er de afgelopen jaren voor heeft gezorgd dat er tijdens de studie
steeds minder tijd kan worden besteed aan algemene ontwikkeling. Studenten
moeten binnen een vastgestelde periode hun opleiding hebben afgerond, willen er
geen nadelige (financiële) consequenties volgen. Hierdoor blijft er weinig tot
geen tijd over om ervaringen in de praktijk op te doen. Gevolg: veel
theoretische bollebozen, met weinig tot geen praktijk ervaring en - in het
verlengde daarvan - onvoldoende algemene ontwikkeling.

Waar bij dit alles aan voorbij wordt gegaan is, dat het hebben van praktische kennis
en van algemene ontwikkeling vaak meer toegevoegde waarde oplevert dan de
theoretische bagage die mensen meebrengen. De praktijk is tenslotte vaak
weerbarstiger dan de theorie doet vermoeden. Veel theoretici raken daardoor volledig
de weg kwijt als ze losgelaten worden in de praktijk van alledag. Gevolg is,
dat ze zich gaan verschuilen achter de geleerde regels, met alle gevolgen van
dien.

Een duidelijk effect daarvan zien we terug in veel trainee trajecten, die met name
de grotere bedrijven er op na houden. Jonge, hoog opgeleide mensen, het liefst
met meerdere titels, worden in relatief korte tijd klaargestoomd om belangrijke
plekken in de organisatie in te nemen. Het zijn mensen die vrijwel geen algemene
ontwikkeling hebben en binnen de kortste keren tegen praktische problemen
aanlopen, die ze niet kunnen oplossen omdat ze dat niet geleerd hebben. De
gevolgen daarvan zijn, dat er relatief veel van deze groep mensen al op jonge
leeftijd een burn-out krijgen.

Voordat mensen daadwerkelijk aan het werk gaan in organisaties zouden deze verplicht
moeten worden langere tijd mee te lopen in de praktijk van de werkvloer. Dit
kost in het begin wat meer, maar zal op termijn een positieve impact hebben op
het rendement van het bedrijf.

Met alle reorganisaties die bedrijven tegenwoordig doorvoeren, verdwijnen veel
oudere werknemers, waarmee tevens veel kennis en praktijkervaring. Een goede
balans tussen jong en oud, theorie en praktijkervaring verdwijnt daarmee. Dat
brengt niet alleen schade toe aan de kwaliteit van de dienstverlening, maar
vormt tevens een bedreiging voor de continuïteit van organisaties.

P&Omoet als geen ander blijven strijden voor een goede balans in de personele
opbouw van organisaties. Door ook zelf er voor zorg te dragen dat zij weten wat
er speelt in de praktijk, zou elke P&O-er zichzelf moeten dwingen stage te
lopen binnen het bedrijf waarvoor ze werken. Pas dan weet je wat er in de
praktijk speelt en wat er nodig is om de kwaliteit binnen de organisatie te
borgen.