Op de dag dat deze blog gepubliceerd wordt, herdenken we degenen die voor onze
vrijheid hebben gevochten tijdens de tweede wereldoorlog. Dat is intussen
weliswaar zo’n driekwart eeuw geleden, maar nog steeds van groot belang. We
mogen nooit vergeten dat als toen het verzet niet zo groot geweest was, onze
wereld er nu wezenlijk anders zou hebben uitgezien.

Hoewel het aantal mensen dat deze oorlog daadwerkelijk heeft meegemaakt steeds kleiner
wordt, blijkt elk jaar opnieuw - gelukkig - dat ook veel jonge mensen zich
realiseren dat zonder deze verzetshelden zij niet het leven zouden kunnen
leiden wat ze nu hebben. Hieruit blijkt dat het doorgeven van kennis en het
levend houden van de herinnering een goede zaak is.

Historisch besef is een groot goed, overal en altijd. Elke situatie komt voort uit wat
mensen in het verleden hebben gedaan of ondernomen. Of dat nu gaat om
individuele acties of om zaken in groter verband, ze ontstaan als reactie op wat
waargenomen wordt en waarvan men vindt dat het anders moet of beter kan.

Dat gezegd hebbende, moeten we tegelijkertijd constateren dat in werkend Nederland
er zeer selectief met het historisch besef wordt omgegaan. Als een Nederlands
bedrijf in buitenlandse handen dreigt te komen, ontstaat er even wat reuring en
sentiment, maar verder blijkt steeds vaker dat menig bedrijf weinig heeft
geleerd van zijn of haar voorgangers en dat het korte termijn gewin boven het gezonde
verstand en het historisch besef gaat.

Natuurlijk moet de historie niet leidend worden in wat gedaan wordt. Het is belangrijk
naar de toekomst te kijken en na te denken over de ontwikkelingen die nodig
zijn om mee te kunnen blijven gaan in de steeds sneller veranderende
maatschappij. Maar het is minstens net zo belangrijk om bij het kijken naar die
toekomst ook een blik te werpen op daaraan voorafgegane historie. Het zal menigeen
niet verbazen, dat ervaringen in het verleden regelmatig van groot nut blijken
bij het bouwen aan de toekomst. Het wiel hoeft tenslotte ook niet telkens
opnieuw uitgevonden te worden.

Bij werving en selectie merk je, dat het kijken naar de historie steeds vaker
achterwege gelaten wordt. Wat belangrijk is, zijn uiterlijke waarden als opleiding
of titel. En zeker ook leeftijd speelt een rol, zij het dat dit een taboe is,
waar niet over gesproken mag worden. Maar dat is een ander verhaal. In de
eerste, steeds vaker geautomatiseerde, selectie wordt nauwelijks meer gekeken
naar de opgebouwde kennis en werk- en levenservaring, terwijl juist dat van
belang kan zijn voor de fase waarin een organisatie verkeert.

Van herdenken naar werving en selectie, het lijkt een grote stap. Tot je beseft,
dat de rode draad is het hebben en koesteren van historie en daar op de goede
manier mee omgaan. Leren van het verleden behoort bouwsteen te zijn voor het
realiseren van de toekomst. Laten we ook dat nooit vergeten.