De laatste tijd worden we (weer) regelmatig geconfronteerd met integiteitskwesties in – voornamelijk – de politiek. Het lijkt er daarbij op, dat politici en ambtenaren er een andere definitie van integriteit op nahouden dan die de gemiddelde Nederlander kent.

Dat is op z’n zachtst gezegd opmerkelijk te noemen. Je zou mogen verwachten dat juist het ambtenaren korps, waar de wet- en regelgeving wordt vorm gegeven, als geen ander weet hoe belangrijk het is om in je – zeker in je werkzame doen en laten - je integer te gedragen. Het lijkt er echter op dat de door deze bevolkingsgroep opgestelde regels niet op henzelf van toepassing zijn. En dat geldt dan ook voor de sancties die opgelegd kunnen worden bij constatering van een overtreding.

Een politicus die ten onrechte voor een slordige twaalfduizend euro per jaar aan reiskosten opstrijkt, een ambtenaar die voor meer dan twee ton aan internet en telefoonkosten declareert, een kamerlid dat familie bevoordeelt bij het gunnen van opdrachten, etc. Het zijn voorbeelden die – als ze in het bedrijfsleven zouden plaatsvinden – direct zouden leiden tot stevige sancties, tot ontslag op staande voet aan toe. Voor het ambtenaren apparaat, inclusief onze politici, niet dus. De zwaarste sanctie tot nu toe gezien is “voorwaardelijk ontslag”. Ik ben al aardig wat jaren werkzaam in het HR vak, maar deze kende ik nog niet.

Wat het allemaal nog erger maakt is dat als er in het bedrijfsleven ook maar een begin van een integriteitskwestie is, de politiek over elkaar heen buitelt om de betreffende persoon aan de schandpaal te nagelen, waarbij om het hardst geschreeuwd wordt om maatregelen en sancties. In de financiële wereld hebben integriteitskwesties daarom jaren geleden al geleid tot het opzetten van hele afdelingen die zich alleen maar bezig houden met het inventariseren en analyseren van risico’s en compliance issues en het bewaken daarvan. Hele boekwerken over gedragscodes en dergelijke zijn er gemaakt, die door elke medewerker moeten worden gelezen en ondertekend, willen ze er mogen werken. Notabene de overheid ziet er strak op toe dat al deze regeltjes en richtlijnen tot op de komma worden nageleefd.

Er lijkt iets volledig mis te zijn. Politici die de regels die ze voor anderen voorschrijven zelf met voeten treden en er zonder gevolgen mee wegkomen. Het past in het tijdsbeeld dat politici steeds verder van de dagelijkse realiteit komen af te staan en vinden dat ze hun eigen mores er op kunnen nahouden. Ze hebben nog steeds niet door dat zij in hun positie voorbeeldgedrag dienen te tonen en denken dat ze er met een “sorry” of “ik zal het nooit meer doen” mee weg kunnen komen.

De kern van integriteit is eerlijkheid en betrouwbaarheid. Dat is les 1, zeker voor mensen die het volk vertegenwoordigen. Als deze volksvertegenwoordigers dat vertrouwen beschamen, dan moeten zij de consequenties daarvan aanvaarden. Net zo als dat zij dat telkens opnieuw eisen van het bedrijfsleven.