Het begint er aardig op te lijken dat we in een tijdperk van tegenstrijdigheden leven. We zeggen het één en doen het ander we willen linksaf, maar gaan rechtdoor. Een paar voorbeelden.

Men vindt dat zzp-ers in een collectief pensioen moeten gaan deelnemen, omdat we ons zorgen maken over hun toekomst als gepensioneerde. Tegelijkertijd is er een enorme discussie over de huidige stand van zaken in pensioenland. De al jaren gehanteerde – en bejubelde - methodiek van collectiviteiten lijkt z’n langste tijd gehad te hebben en in toenemende mate wordt gesproken over individualisering van pensioen.

Over pensioenen gesproken, ze hebben de pensioenleeftijd maar doorgeschoven naar 67 jaar en laten deze vervolgens meelopen met de levensverwachting. Men wil dat mensen langer blijven werken, maar in plaats van energie te stoppen in de mogelijkheden om mensen langer te laten werken worden medewerkers op steeds jongere leeftijd ontslagen, omdat ze te duur en te weinig flexibel zouden zijn. Het gat tussen het werkende en het niet werkende leven wordt daardoor voor velen steeds groter. De problemen ontstaan zo dus niet later, maar eerder. Of ben ik de enige die dat ziet en ben ik daarom nooit de politiek ingegaan?

Als je dat afzet tegen de juichende berichten over de toenemende economische welvaart, rijzen er toch wat vraagtekens. Het gaat steeds beter en het aantal vacatures stijgt, waarbij het aantal werkzoekenden afneemt. De roep om mensen uit het buitenland neemt toe. Tegelijkertijd groeit het aantal mensen dat zich – al dan niet gedwongen - als zzp-er registreert, om vervolgens te constateren dat ze nergens meer recht op hebben en al helemaal niet meetellen in het aantal werkelozen.
Verborgen werkeloosheid heet zoiets. Voor wie het nu economisch echt beter gaat?

Uitzendbureaus en andere organisaties die zich bezighouden met het bemiddelen van mensen bezweren dat zij niet aan discriminatie doen. Wat echter vreemd is, is dat ouderen en allochtonen nog steeds heel veel moeite hebben om een (andere) baan te vinden.

In de wereld zien we de toenemende voorbeelden van wereldleiders die – al dan niet per ongeluk -op hun huidige positie zijn terechtgekomen en van daaruit grappen uithalen waarvan ieder weldenkend mens weet dat ze de huidige wereld economie eerder kwaad dan goed kunnen berokkenen. Vele politici roepen dat ze het niet met deze grote wereldleiders eens zijn, maar tegelijkertijd vinden ze dat we toch vooral moeten blijven praten met dergelijke lieden en vooral niet lelijk moeten doen tegen deze “wereldleiders”. We lijken echt niets geleerd te hebben van het verleden.

Je kunt op dit moment de televisie niet aanzetten zonder dat er een programma over eten voorbijkomt. Wat daarbij opvalt is de toenemende zorg over onze natuur en over de manier waarop we met onze levende mede bewoners van deze planeer omgaan. We moeten minder vlees eten, minder dieren doodmaken en meer leren genieten van andersoortig voedsel. Tegelijkertijd, zodra de zon gaat schijnen neemt de verkoop van barbecues toe en is het vlees niet aan te slepen.

Het zijn zomaar een paar voorbeelden van wat iedereen ziet en meemaakt in deze tijd. Je zou mogen verwachten dat dergelijke zaken stemmen tot nadenken en tot pogingen om serieus met deze toch niet geringe problematieken om te gaan. Niets is echter minder waar. Ministers beloven het één, maar doen het ander, politiek leiders kunnen hun gang gaan dankzij hun eigen uitvinding van “fake news”, godsdiensten kunnen vrolijk doorgaan met haat en terreur te prediken en worden zelfs financieel ondersteund.

Twee kenmerken binden al deze voorbeelden: kort termijn denken en symptoombestrijding. Problemen bij de kern aanpakken en werken aan lange termijn oplossingen lijken lessen die bij velen niet geleerd zijn. En dat is jammer, want juist deze lessen zijn zo belangrijk om het op deze planeet nog lang met elkaar vol te houden.