Blog

We maken ons in toenemende mate zorgen om de wereld waarop we mogen leven. Het gaat niet goed met die wereld, met dank aan de homo sapiens. Althans, als we een (groot) deel van hen moeten geloven.

Als zij gelijk hebben – en ik wil hen graag geloven, daar is tenslotte niet heel veel gezond verstand voor nodig – dan zullen we er ook daadwerkelijk met z’n allen iets aan moeten gaan doen.
In dat woordje “allen” zit hem nu echter de kern van het probleem. We zijn wel met z’n allen, maar we doen niet met z’n allen.

Zolang er mensen zijn als een Amerikaanse president, of sommige Nederlandse politici, of korte termijn denkende aandeelhouders, of - meer algemeen - mensen die hun status of positie enkel en alleen aanwenden voor persoonlijk gewin (en dat zijn er nogal wat), is de kans op klimaatverandering vrijwel utopisch te noemen. Zolang er landen zijn waar mensen in de overlevingsstand zitten, omdat ze armoe of honger lijden (en ook dat zijn er nogal wat), zal het unaniem in actie komen om aanpassingen in het gedrag van de mens te bewerkstelligen daar in ieder geval geen prioriteit krijgen. Zolang er gebieden in de wereld zijn waar mensen elkaar afslachten vanwege afkomst of geloof, vrees ik dat de dreigende taal met betrekking tot het klimaat in die gebieden overstemd zal worden door bomaanslagen en explosies.

In het algemeen kan gesteld worden dat de mens best wil veranderen, als dit maar niet direct en vooral niet teveel effect heeft op de eigen welvaart of het verworven welzijn. Dan moeten we ons daarbij wel realiseren dat we het daarbij alleen over de westerse wereld hebben, waar we weten wat welvaart is en waar we dagelijks onze verworven rechten verdedigen.

Er zit in deze hele problematiek een rare tegenstrijdigheid en – eerlijk gezegd – ook wel wat hypocrisie. De mens is er trots op dat zij uniek is, met eigen ideeën en eigen wil. Tegelijkertijd willen we, als het om het klimaat gaat, dat iedereen gelijk is en daar hetzelfde over denkt. En: we hebben jarenlang erg goed voor ons zelf gezorgd, maar nu we tot de ontdekking komen dat het wat minder gaat, willen we het voor onze nazaten weer een beetje goed maken.

Ieder weldenkend mens is het er over eens dat er daadwerkelijk iets gedaan zal moeten worden willen we onze aardbol nog lang kunnen blijven bewonen. Willen we dat klimaatverandering serieus genomen wordt, dan zullen we moeten stoppen met op alle mogelijke manieren blijven roepen hoe erg het wel is en welk onheil er over ons afkomt als we niet gisteren in actie komen. Dan zullen we eerst eens serieus moeten gaan nadenken over hoe we de verschillen kunnen overbruggen. Zolang we dat niet voor elkaar krijgen, vrees ik dat ons klimaat zal blijven veranderen. En niet in ons voordeel.

De filosofen onder ons zullen denken dat het wellicht zo moet zijn. In de miljoenen jaren die onze aardkloot bestaat heeft deze al zoveel klimaatveranderingen meegemaakt, dat deze er ook nog wel bij kan. En we weten dat er ergens in de miljoenen jaren al eerder zich soortgelijke situaties hebben voorgedaan, waar het leven onmogelijk werd gemaakt. We kunnen tegenwoordig veel, maar het lijkt een illusie te denken dat wij als homo sapiens – zeker in de huidige maatschappij – dit kunnen tegenhouden. Hoogstens wat vertragen. De toekomst zal dit uitwijzen, alleen zullen wij daar waarschijnlijk niet bij zijn, maar mogelijk wel onze kinderen, of kleinkinderen, of achterkleinkinderen. En dat vreet.

Overigens laat dat onverlet dat we – met z’n allen – wel wat zorgvuldiger mogen omgaan met elkaar en met de wereld waarop we leven. Klimaat is daar een onderdeel van.

De uil staat voor wijsheid, vaak afgeleid van de ogen waarmee dit dier ’s nachts buitengewoon goed kan zien en vanwege zijn ontzettend scherpe gehoor.
Het mooiste voorbeeld blijft natuurlijk Meneer De Uil van de Fabeltjeskrant, jarenlang een geliefd televisieprogramma.

Ook in het dagelijkse leven komen we vele “wijze uilen” tegen. Mensen die overtuigd zijn van hun gelijk en op basis van opleiding, ervaring of anderszins hun gelijk uitdragen. Het zijn nogal eens de hardste schreeuwers, die – hoe tegenstrijdig – niet zien wat een ander doet of bedoelt en al helemaal niet (willen) horen wat wordt gezegd.

Als P&O-er heb je regelmatig hiermee van doen. Leidinggevenden die een opdracht hebben en deze naar eigen inzichten invullen, zonder gebruik te maken van de kennis en ervaring binnen het team. Medewerkers die jarenlang hetzelfde trucje doen en er heilig van overtuigd zijn, dat als dat niet langer op die wijze gebeurt, er ongelukken van komen. En vooral mensen die zeggen te luisteren, maar feitelijk niet horen wat er gezegd wordt.

Het is een lastige klus, deze mensen er van te overtuigen, dat ze misschien eerst eens goed moeten kijken naar wat er gebeurt en eens de tijd moeten nemen om te luisteren naar wat er nu echt gezegd wordt. Menigmaal krijg je ook als P&O-er in dergelijke gesprekken het verwijt, dat je niet luistert.
Op dat soort momenten is het goed je te realiseren dat eenieder eens een uilskuiken is geweest en dat sommigen nooit volwassen worden. Ook het volgende gezegde kan daarbij helpen.

Wat baten kaars en bril, als de uil niet zien (en) wil.
(Koppige mensen, die volledig overtuigd zijn van hun gelijk, kun je zelfs met redelijke argumenten niet ompraten)

Mijn werkzame leven heeft zich tot op heden grotendeels afgespeeld in de zakelijke dienstverlening, Vaak in de sfeer van “niet lullen maar poetsen”. Daar voel ik me thuis, het werken aan resultaten en beoordeeld worden op wat je presteert past klaarblijkelijk beter bij mij. Van nature ben ik dan ook a-politiek. Ik heb het (een beetje) leren begrijpen en kan er mee omgaan als ik er mee te maken krijg, want – helaas – kom je ook in het bedrijfsleven steeds meer politiek gedrag tegen. Politiek gaat heel veel over vorm en heel weinig over inhoud en draagt derhalve niet echt bij aan een resultaat.

De denkwijze van politici en de manier waarop zij hun eigen waarheden verkondigen, blijft iets onbegrijpelijks houden. Resultaten waarvoor je in het bedrijfsleven zo ongeveer ontslagen wordt, worden in de politiek met droge ogen gepresenteerd als eclatante successen. Sommige van onze huidige ministers zijn daar een mooi voorbeeld van. Ze maken de ene na de andere fout, maar presenteren dit als een mooi resultaat en blijven rustig zitten en doorgaan. Nog erger, ze worden steeds arroganter.

Politici lijken het bedrijfsleven ook niet te (willen) begrijpen. Mooiste voorbeeld is de huidige Amerikaanse president, die volstrekt niet begrepen wordt door zijn collega’s in de wereld. Ik ben geen fan van deze man - volgens mij is het beduidend efficiënter én goedkoper om een muurtje om deze man heen te bouwen (en wie weet levert dat nog wel meer op ook) - maar ik zie iemand als zakenman acteren in een omgeving die zich daar niet voor leent. En dus gaat het vervolgens steeds meer over de vorm en steeds minder over de inhoud.

Politici worden steeds bedrevener in het naar buiten toe mooi weer spelen: het is goed voor de bühne om met de jeugd te praten over hun zorgen over het klimaat, maar echt naar ze luisteren? Ho maar! Het is prachtig om te scoren met netto hogere inkomens voor (bijna) iedereen, terwijl alle deskundigen roepen dat dit niet zo gaat zijn. Het ergste is, dat er volstrekt niets gebeurt, zelfs niet als ze geconfronteerd worden met de feiten.

Zo langzamerhand kunnen we niet meer om de politiek heen. Niet omdat ze ineens zijn gaan presteren, maar omdat ze steeds meer gaan wanpresteren. Het wordt steeds zichtbaarder dat de politiek zich niets, maar dan ook helemaal niets, meer aantrekt van wat het gepeupel zegt. Links noch rechts, ze lijken er allemaal alleen maar te zitten ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Zij gedragen zich allemaal alsof alleen zij de wijsheid in pacht hebben, ze luisteren wel, maar horen niets. En gaan vervolgens volstrekt hun eigen, onnavolgbare gang.

Het bedrijfsleven krijgt daar steeds meer last van. Alleen al het steeds toenemende aantal wetten en regeltjes waarmee je als HR te maken krijgt, is een mooie indicatie om te laten zien wat voor puinhoop er van gemaakt wordt. Is er een probleem, dan wordt niet het probleem aangepakt, maar wordt er een nieuwe wet verzonnen die de symptomen bestrijdt. Of er wordt weer een blik ambtenaren opengetrokken om – goed betaald – een nieuwe werkgroep te vormen die opdracht krijgt om het ontstane probleem te onderzoeken. Waarna het door die werkgroep opgeleverde rapport of in de la verdwijnt of leidt tot een nieuwe werkgroep, die... enz.

De grote vraag is hoe we dit tij kunnen keren. In ieder geval niet door het oprichten van een werkgroep. Misschien door ze maar eens luid en duidelijk te gaan beoordelen op wat ze nu echt presteren? Bij deze een eerste poging.

Jaren geleden stond er in een landelijk dagblad een artikel over het gedrag van (witte) bestelbusjes op de weg in Engeland, de titel daarvan luidde als de kop van dit stukje. Kijkend naar het verkeersgedrag op de Nederlandse wegen – en dan met name dat van de vele bestelbusjes – moest ik aan dat artikel denken.

Degenen die mopperen dat het verkeer in ons land over gereguleerd is, en dat het volhangt met verkeersborden, signaleringsmiddelen en camera’s hebben zeker gelijk. Om van mijn huis naar de snelweg te komen, wat maar twee kilometer rijden is, heb ik te maken met maar liefst 6 (!) verschillende snelheden waar ik me aan moet houden. Maar dat is een ander verhaal.

Wat in toenemende mate opvalt is dat steeds meer auto’s, met name ook die bestelbusjes, zich steeds minder houden aan de snelheden die aangegeven worden. Als je, als brave en oplettende bestuurder, netjes doet wat aangegeven is en je keurig aan de snelheid houdt, wordt je links en rechts ingehaald, moet je een zonnebril op om de grote lichten achter je te weren en krijg je menig middelvinger te zien. Het is alsof mensen steeds later van huis gaan, om vervolgens te proberen steeds eerder op hun werk te komen. Ik heb dat ooit een keer geprobeerd, over een afstand van 180 km scheelde me dat nog geen tien minuten, maar het leverde wel heel veel extra stress op. Het is, net als terrorisme, bijzonder irritant gedrag wat uiteindelijk niets oplevert behalve veel ellende.

Soortgelijk gedrag zie je ook nog wel eens in het bedrijfsleven. Mensen die vinden dat ze voorrang hebben boven de rest, die met hun ellebogen werken om sneller vooraan te komen en die er niet voor terugdeinzen collega’s te schofferen als dat in hun straatje te pas komt. En ook hier is het effect hetzelfde: het levert misschien op de korte termijn wat op, maar op de lange termijn zijn het de losers die, met nog 25 tot 30 jaar werken voor de boeg, tot de ontdekking komen dat ze geen meter meer vooruit komen.

Het lijkt wel of mensen niet meer nadenken over het gedrag dat ze vertonen en dat ze alleen nog maar bezig zijn met wat het ze vandaag oplevert. Om dan morgen weer opnieuw te beginnen. Dergelijk gedrag lijkt me een plausibele verklaring voor het toenemende aantal burnouts.

Als P&O-er is het soms lastig mensen met dit gedrag in te tomen. Aan de ene kant wil je ze niet te veel ontmoedigen in hun energie en scoringsdrift, aan de andere kant moet je er voor waken dat ze anderen niet ontmoedigen of zelfs wegjagen door hun gedrag. Het vinden van een goede balans daarin is een mooie uitdaging voor HR.

Maar als je daarna dan weer in de auto zit...

Het is onvoorstelbaar vrijwel dagelijks te zien, te horen en te lezen dat de politiek niet meer luistert naar haar achterban. De mensen die op hen gestemd hebben, raken steeds gedesillusioneerder, ze worden niet meer gezien, laat staan dat er naar ze geluisterd wordt en dat er aandacht aan ze besteed wordt.

Wat we meemaken is een bizar vertoon van onverschilligheid, een toneelspel voor de bühne, een soap die - als de meeste andere soaps – volstrekt ongeloofwaardig is, maar waar mensen toch naar blijven kijken. Of je nu wilt of niet.

Ministers die in hun eerdere carrière al blijk hebben gegeven van een groot onvermogen om problemen op te lossen, blijven vrolijk doorgaan met het dagelijks ophouden van de schijn dat zij het wel even zullen regelen. Een puinhoop maken van de belastingdienst, daarnaast vele kleine zelfstandigen in de problemen brengen met nieuwe, averechts werkende wetgeving en vervolgens vele mensen in het noorden van het land mooie beloftes doen, om die vervolgens niet na te komen. Hij hoort wellicht nog wel, maar luistert in ieder geval niet.
Of eerst je onvermogen tot leidinggeven ten toon te spreiden door een grote ambtelijke organisatie nog beroerder te laten functioneren dan het al deed, om vervolgens ziekenhuizen failliet te laten gaan. Zou deze man wel echt geluisterd hebben naar wat de maatschappij nodig heeft? En wat te denken van partijen die van de ene op de andere dag een volstrekt andere mening verkondigen. Of van kamerleden die alleen nog maar reageren als er gepiept wordt, de mond dan ineens vol hebben van schande, vragen stellen en aanpakken, maar vervolgens vrolijk verder gaan met heel hard niets doen.

Het zijn maar enkele voorbeelden van het grote probleem dat politiek Den Haag op dit moment is. Er wordt steeds minder geluisterd, men heeft geen aandacht meer voor de mensen die hen in het zadel hebben geholpen. Men pakt problemen niet bij de kern aan, maar volstaat met het bestrijden van de symptomen. Dat is vele malen makkelijker, kost minder energie en houdt vele ambtenaren aan het werk. Gevolg: een lappendeken van wetten en regelgeving, waardoor niemand door de bomen het bos nog ziet. Maar wel steeds meer ambtenaren, in mooie designkantoren (!), die de toenemende problemen wel even helpen “oplossen” door nog meer nieuwe wet- en regelgeving te verzinnen. Feit is dat de echte problemen steeds minder vaak ook daadwerkelijk opgelost worden.

En dan komen er weer verkiezingen. Op dergelijke momenten maakt het niet uit in welk land je woont. Of het nu arm of rijk is, corrupt of dictatoriaal, het volk wordt op die momenten gepaaid met kraaltjes en spiegeltjes. Of letterlijk, of in de vorm van mooie, maar o zo loze beloftes. En het volk trapt er elke keer weer in, waarmee we de illusie dus in stand houden. De politiek vaart er wel bij.

Als P&O-er heb ik geleerd om te luisteren én om aandacht te geven aan de mensen die daarom vragen. Door goed te luisteren naar wat mensen te vertellen hebben en door aandacht te geven aan wat hen bezighoudt, ben je in staat problemen beter te begrijpen en kun je ook gerichter nadenken over de beste oplossing. Daardoor ook kun je beter uitleggen wat je doet, ook als het niet precies is wat men verwacht.

Als politici daadwerkelijk eens meer zouden luisteren naar hun achterban en ook eens oprechte aandacht aan hen zouden besteden en op basis daarvan zouden acteren, dan zou dit hun geloofwaardigheid ten goede komen. Maar ja, ze luisteren niet.