Blog

De meeste mensen hebben al wel eens een sudoku gemaakt, een op het oog niet zo ingewikkelde puzzel die je op verschillende niveaus kunt maken en waar je je soms aardig in vergist. Menigeen raakt er aan verslingerd en maakt er regelmatig eentje.

Zo vergaat het ook menig P&O-er. Eenmaal verslingerd aan het vak, kun je het moeilijk meer loslaten en ben je er dagelijks mee bezig. Of het nu om eenvoudige uitvoerende taken gaat, of om ingewikkelde organisatorische kwesties, je bent altijd aan het zoeken naar de beste oplossing voor het probleem en het juiste advies.

Sommigen kosten weinig tijd en zijn relatief makkelijk op te lossen, andere vragen veel tijd en energie en kosten veel denkvermogen om ze tot een goed einde te brengen.
Maar je wilt het altijd oplossen, je stopt niet voordat het klaar is.

Het leven van een P&O-er is, net als menig sudoku, echter niet altijd even makkelijk. Bij het zoeken naar de beste oplossing moet je (soms ver) vooruit kunnen denken om de gevolgen van de acties die je doet of de adviezen die je voorstelt te kunnen overzien. En als je niet goed oplet, neemt de kans op fouten toe. Als P&O-er is het daarbij altijd laveren tussen het belang van de organisatie en dat van de medewerker. Kom je met een oplossing voor de één, dan is het voor de ander niet goed en andersom.

Daarbij ziet men P&O nogal eens als kostenpost en niet als serieuze gesprekspartner waar het gaat om strategische beleidsvoorbereiding of organisatorische kwesties. Dit leidt nogal eens tot vertraging in lopende processen, waarvan P&O vervolgens de schuld krijgt.

Als P&O-er ben je adviserend en ondersteunend, je neemt niet de besluiten, maar je advies moet altijd onderbouwd en uitlegbaar zijn. Wat is er dan mooier om zo nu en dan te ervaren dat je het advies wat je hebt gegeven terug ziet komen in het besluit wat wordt genomen. Weer een sudoku gelost.

En wat het werk helemaal interessant maakt is, dat als je klaar bent er zich altijd wel weer een nieuwe uitdaging aanbiedt. En mocht dat onverhoopt een keer niet zo zijn, dan zoek je er wel weer één op.

Zo tussen Kerst en Oud en Nieuw is het de tijd om terug te blikken op het afgelopen jaar en om vooruit te kijken op het jaar wat komen gaat. De meeste mensen gebruiken deze tijd ook om even bij te komen en/of om even lekker er tussen uit te gaan.

Of het nu ligt aan het klimmen der jaren of dat er andere redenen voor zijn, maar gevoelsmatig vliegt de tijd voorbij. We zijn wéér een jaar verder, een jaar waar verschrikkelijk veel is gebeurd, zowel mooie dingen als ook verdrietige zaken. Klein, persoonlijk verdriet en grote, wereldse gebeurtenissen. De momenten wisselden elkaar in razend tempo af, er was soms amper tijd om bij te komen.

Wat van het afgelopen jaar blijft hangen, zowel op macro niveau als op micro niveau, is het toenemende chauvinisme en de “me, myself and I” cultuur die steeds duidelijker zichtbaar wordt in het dagelijks leven. Leiders van grote landen, die het eigenbelang steeds zichtbaarder voorop stellen, al dan niet verborgen achter zogenaamd patriottisme. De daardoor toenemende spanningen in de wereld, waardoor weldenkende mensen zich afvragen of degenen die zich opwerpen als leiders van deze wereld niets geleerd hebben van de geschiedenis, wordt meer en meer voelbaar en komt steeds dichterbij. De uitdrukking “de geschiedenis herhaalt zich” lijkt steeds meer bewaarheid te worden en is derhalve zorgwekkend te noemen.

In het verlengde daarvan ervaren we de zich wijzigende definitie van democratie. Waar dit tot voor kort toch vooral bekend stond als een groot goed in de westerse wereld, vertaalt democratie zich steeds vaker in “het recht van de grootste mond en de langste adem”. Ik heb geleerd dat gelijk hebben wat anders is dan gelijk krijgen. Er lijkt een generatie op te staan die altijd gelijk wil hebben en er veel, zo niet alles, voor over heeft om het ook te krijgen. Ten koste van de mensen om hen heen.

Op micro niveau zie je deze ontwikkelingen terug in de vaak korte lontjes van mensen. Het aantal individuele geweldplegingen neemt toe, het eigenbelang prevaleert boven het groepsbelang, samen iets doen of ergens voor staan is tegenwoordig nieuws en wordt als bijzonder gezien. Ook in het werkzame leven zie je dit terug, waar mensen steeds minder geïnteresseerd zijn in het werk zelf, maar steeds meer in wat het henzelf oplevert. Betrokkenheid verandert steeds meer in eigen gewin.

Wat gelukkig ook blijft hangen is het geluk wat je in je eigen omgeving ervaart en wat je dagelijks koestert. De kleine dingen waar je blij van wordt, de dingen die je mag en kunt doen en het genieten van de mensen die je dierbaar zijn. Dat helpt om ook het nieuwe jaar weer met goede moed en met veel plezier tegemoet te treden.

Als we daarbij ook nog eens met elkaar afspreken dat we wat meer naar elkaar luisteren, wat meer verdraagzaamheid tonen, elkaar naast meer complimenten geven ook wat meer durven aanspreken op houding en gedrag zonder elkaar daarbij gelijk af te maken en dat we een wat betere balans aanbrengen tussen geven en nemen, dan voorspel ik u dat 2019 een mooi jaar gaat worden.

Ik wens u in ieder geval een mooi 2019 toe.

Iedereen heeft wel eens zo’n moment, alles zit tegen. Niemand ziet je staan, er wordt niet naar je geluisterd, niets lukt. Je zit even in de put.
Het zijn van die momenten dat je het liefst wilt wegkruipen in een klein donker hoekje, waar niemand je even ziet en waar je even kunt uithuilen.

Als P&O-er heb je ook met enige regelmaat dit soort momentjes. Je zit vaak in een lastige positie, omdat je weet dat je met de adviezen die je geeft niet altijd iedereen tevreden zult kunnen stellen. Of omdat je advies niet wordt opgevolgd, waarna je vervolgens wel, als het fout gaat, geconfronteerd wordt met de gevolgen daarvan.

Als P&O-er ben je vaak niet alleen adviseur, maar ook uitvoerder van genomen besluiten. Wat in zo’n situatie lastig is, is als je geconfronteerd wordt met het moeten uitvoeren van een besluit waarover je eerder een ander advies hebt gegeven. Je zult moeten verdedigen naar degenen die getroffen worden door dat besluit, waarom dat besluit genomen is en uitgevoerd moet worden, terwijl je in wezen het daarmee niet eens bent.

In dergelijke situaties is het altijd belangrijk om te zorgen dat je weet, waarom men bepaalde keuzes maakt en wat daar de onderliggende argumenten voor zijn. Dat helpt namelijk te begrijpen waarom een bepaalde besluit genomen wordt, waarmee het ook makkelijker wordt dit uit te voeren. Ondanks dat je het er niet mee eens bent.

Pas als iemand niet kan of wil uitleggen waarom tot een bepaalde keuze gekomen is, wordt het lastiger. Dan moet je iets gaan uitvoeren wat je niet kunt verdedigen. Als dat te vaak gebeurt, dan kan er ook een moment komen dat je voor jezelf keuzes moet maken.

Dat zijn van die “put” momentjes. Gelukkig duren die vaak maar kort en nog plezieriger is dat als je er weer uit komt, je met frisse moed weer verder gaat.

Iedereen heeft wel de voorbeelden in zijn of haar omgeving. Mensen die nooit tevreden zijn met hun situatie en met wat ze hebben. Altijd meer en beter willen en daarbij vaak niet schromen rücksichtslos en zonder aanziens des persoons te handelen om dat te realiseren.

De focus bij dit soort mensen ligt per definitie alleen maar bij het eigen welbevinden. De effecten van hun gedrag en hun handelen op de omgeving interesseert ze volstrekt niet, alleen het realiseren van het geformuleerde doel telt. Geld en/of macht is daarbij vaak een belangrijke drijfveer, waarbij de grens nooit bereikt lijkt te worden. Het lukt deze mensen daarbij ook niet om te genieten van wat ze voor zichzelf realiseren, want op het moment dat een geformuleerd doel bereikt is, wordt weer een nieuw doel gesteld. Een ton moet twee ton worden, dan vier ton, enzovoort. Teamleider moet Afdelingsleider worden en daarna Sectorleider, Directeur, CEO. Het houdt nooit op. Dergelijke mensen verliezen de realiteit uit het oog en kennen hun eigen beperkingen niet meer. Dat is triest niet alleen voor henzelf, maar zeker ook voor hun omgeving, want die ondervinden de nadelen van dergelijk gedrag.

Die effecten op de omgeving zijn vaak niet leuk te noemen. De medewerker die in een goed blaadje wil komen bij de leidinggevende en niet schroomt daarvoor collega’s te schofferen, de leidinggevende die een medewerker het leven zuur maakt of zelfs ontslaat omdat deze zogenaamd niet past in de gevoerde strategie, een partner die zich belangrijker vindt dan de collega partners, aandeelhouders die slechts “steeds meer geld” als drijfveer hebben en die winst op korte termijn belangrijker vinden dan rendement op lange termijn.

Helaas komen we ook in privé situaties dergelijk gedrag tegen. Bij overlijden, waarbij ineens de rekening van de overledene geplunderd blijkt te zijn door een van de nabestaanden, bij succes in bijvoorbeeld sport of opleiding, of bij het winnen van de loterij. Op dergelijke momenten ligt de aandacht even niet bij degenen die die aandacht altijd opeisen of naar zich toetrekken. Dat leidt dan tot afgunst, of zelfs erger.

En we zien het op ieder niveau in onze maatschappij, tot aan leiders van grote naties toe, die vrijwel dagelijks met hun spierballen rollen, of dreigende taal bezigen. In plaats van bezig te zijn met waar ze voor gekozen zijn: de belangen van degenen die zij vertegenwoordigen behartigen.

Eigenlijk is het een trieste constatering te zien dat er mensen zijn die nooit tevreden zijn met wat ze hebben, die het eigenbelang boven het gemeenschappelijke belang stellen. Als P&O-er kom je regelmatig in situaties terecht waar je met dergelijke figuren te maken hebt. En telkens opnieuw moet je objectief analyseren of er in het belang van de organisatie gehandeld wordt of dat andere belangen gediend worden. En of het verstandig is om wel of om niet in te grijpen, wetend wat de impact van die keuze kan zijn.

Dergelijke situaties maken het vak niet alleen moeilijk, maar ook razend interessant en afwisselend. Alleen hoeven we er daarvan niet meer.

Eigenlijk zijn wij als Nederlanders een raar volkje. We klagen voortdurend over van alles en nog wat. Toch is het meest gegeven antwoord als iemand vraagt hoe het gaat dat we niet mogen klagen. Mijn standaard antwoord als mij gevraagd wordt hoe het met me gaat, is dan ook dat ik mag klagen.

Dat antwoord wekt nogal eens verbazing en vaak wordt ik dan ook uitgenodigd om dat dan maar even te doen. Maar dat wil ik – op dat moment in ieder geval – helemaal niet. Van huis uit ben ik niet zo’n klagerig type, maar ik ben wel een Hollander en als een Hollander niet mag klagen...!

We hoeven de diverse media er maar op na te slaan om te zien, te horen en te lezen hoe vaak en hoe veel we klagen. Er is geen onderwerp te verzinnen of er wordt over geklaagd. Of het nu het weer is, de politiek, sporters die wel of niet presteren, de werkgever, de werknemer, het salaris, het openbaar vervoer, en ga zo maar door. Zelfs als er ergens niet over te klagen is, is er wel weer iemand die het presteert om er toch weer iets van te vinden.

Eigenlijk is dit een vreemde karaktertrekje. Als we in de wereld om ons heen kijken en zien waar in de wereld het op dit moment niet echt goed gaat, dan zouden we ons moeten schamen dat we zoveel klagen. Droogte, ziektes en/of hongersnood in Afrika, oorlogen op diverse plekken in het Midden-Oosten, Dictators in Zuid-Amerika, in combinatie met drugskartels en corruptie, Leiders in een aantal grote landen voor wie het eigen belang lijkt te prevaleren boven het belang van het volk wat ze zeggen te dienen. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Het kan niet gezegd worden dat we van al dat leed in de wereld om ons heen niet weten. We worden dagelijks overspoeld met informatie die we eigenlijk liever niet willen ontvangen. Want dat leidt alleen maar af van onze eigen beslommeringen, die tenslotte veel belangrijker zijn. Of niet soms?

Als we al dat leed afzetten tegen de welvaart en het welzijn in onze eigen omgeving, dan wordt het denk ik tijd om een aantal zaken eens in het juiste perspectief te plaatsen en ons af te vragen waarom – en vooral waarover – we eigenlijk klagen. Dan kunnen we eigenlijk niet anders dan constateren dat het meestal nergens over gaat. We klagen om het klagen, we klagen, maar doen niets om het op te lossen. Want dan is er niets meer te klagen.

Als we alle energie die we in dat klagen steken nu eens gaan investeren in zaken die er echt toe doen, die een serieuze bijdrage leveren aan onze maatschappij. Wie weet gaat de wereld er daardoor weer een beetje vrolijker uitzien.

Je zou er haast over gaan klagen. Maar... dat doe ik niet!