Blog

Iedereen heeft wel de voorbeelden in zijn of haar omgeving. Mensen die nooit tevreden zijn met hun situatie en met wat ze hebben. Altijd meer en beter willen en daarbij vaak niet schromen rücksichtslos en zonder aanziens des persoons te handelen om dat te realiseren.

De focus bij dit soort mensen ligt per definitie alleen maar bij het eigen welbevinden. De effecten van hun gedrag en hun handelen op de omgeving interesseert ze volstrekt niet, alleen het realiseren van het geformuleerde doel telt. Geld en/of macht is daarbij vaak een belangrijke drijfveer, waarbij de grens nooit bereikt lijkt te worden. Het lukt deze mensen daarbij ook niet om te genieten van wat ze voor zichzelf realiseren, want op het moment dat een geformuleerd doel bereikt is, wordt weer een nieuw doel gesteld. Een ton moet twee ton worden, dan vier ton, enzovoort. Teamleider moet Afdelingsleider worden en daarna Sectorleider, Directeur, CEO. Het houdt nooit op. Dergelijke mensen verliezen de realiteit uit het oog en kennen hun eigen beperkingen niet meer. Dat is triest niet alleen voor henzelf, maar zeker ook voor hun omgeving, want die ondervinden de nadelen van dergelijk gedrag.

Die effecten op de omgeving zijn vaak niet leuk te noemen. De medewerker die in een goed blaadje wil komen bij de leidinggevende en niet schroomt daarvoor collega’s te schofferen, de leidinggevende die een medewerker het leven zuur maakt of zelfs ontslaat omdat deze zogenaamd niet past in de gevoerde strategie, een partner die zich belangrijker vindt dan de collega partners, aandeelhouders die slechts “steeds meer geld” als drijfveer hebben en die winst op korte termijn belangrijker vinden dan rendement op lange termijn.

Helaas komen we ook in privé situaties dergelijk gedrag tegen. Bij overlijden, waarbij ineens de rekening van de overledene geplunderd blijkt te zijn door een van de nabestaanden, bij succes in bijvoorbeeld sport of opleiding, of bij het winnen van de loterij. Op dergelijke momenten ligt de aandacht even niet bij degenen die die aandacht altijd opeisen of naar zich toetrekken. Dat leidt dan tot afgunst, of zelfs erger.

En we zien het op ieder niveau in onze maatschappij, tot aan leiders van grote naties toe, die vrijwel dagelijks met hun spierballen rollen, of dreigende taal bezigen. In plaats van bezig te zijn met waar ze voor gekozen zijn: de belangen van degenen die zij vertegenwoordigen behartigen.

Eigenlijk is het een trieste constatering te zien dat er mensen zijn die nooit tevreden zijn met wat ze hebben, die het eigenbelang boven het gemeenschappelijke belang stellen. Als P&O-er kom je regelmatig in situaties terecht waar je met dergelijke figuren te maken hebt. En telkens opnieuw moet je objectief analyseren of er in het belang van de organisatie gehandeld wordt of dat andere belangen gediend worden. En of het verstandig is om wel of om niet in te grijpen, wetend wat de impact van die keuze kan zijn.

Dergelijke situaties maken het vak niet alleen moeilijk, maar ook razend interessant en afwisselend. Alleen hoeven we er daarvan niet meer.

Eigenlijk zijn wij als Nederlanders een raar volkje. We klagen voortdurend over van alles en nog wat. Toch is het meest gegeven antwoord als iemand vraagt hoe het gaat dat we niet mogen klagen. Mijn standaard antwoord als mij gevraagd wordt hoe het met me gaat, is dan ook dat ik mag klagen.

Dat antwoord wekt nogal eens verbazing en vaak wordt ik dan ook uitgenodigd om dat dan maar even te doen. Maar dat wil ik – op dat moment in ieder geval – helemaal niet. Van huis uit ben ik niet zo’n klagerig type, maar ik ben wel een Hollander en als een Hollander niet mag klagen...!

We hoeven de diverse media er maar op na te slaan om te zien, te horen en te lezen hoe vaak en hoe veel we klagen. Er is geen onderwerp te verzinnen of er wordt over geklaagd. Of het nu het weer is, de politiek, sporters die wel of niet presteren, de werkgever, de werknemer, het salaris, het openbaar vervoer, en ga zo maar door. Zelfs als er ergens niet over te klagen is, is er wel weer iemand die het presteert om er toch weer iets van te vinden.

Eigenlijk is dit een vreemde karaktertrekje. Als we in de wereld om ons heen kijken en zien waar in de wereld het op dit moment niet echt goed gaat, dan zouden we ons moeten schamen dat we zoveel klagen. Droogte, ziektes en/of hongersnood in Afrika, oorlogen op diverse plekken in het Midden-Oosten, Dictators in Zuid-Amerika, in combinatie met drugskartels en corruptie, Leiders in een aantal grote landen voor wie het eigen belang lijkt te prevaleren boven het belang van het volk wat ze zeggen te dienen. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Het kan niet gezegd worden dat we van al dat leed in de wereld om ons heen niet weten. We worden dagelijks overspoeld met informatie die we eigenlijk liever niet willen ontvangen. Want dat leidt alleen maar af van onze eigen beslommeringen, die tenslotte veel belangrijker zijn. Of niet soms?

Als we al dat leed afzetten tegen de welvaart en het welzijn in onze eigen omgeving, dan wordt het denk ik tijd om een aantal zaken eens in het juiste perspectief te plaatsen en ons af te vragen waarom – en vooral waarover – we eigenlijk klagen. Dan kunnen we eigenlijk niet anders dan constateren dat het meestal nergens over gaat. We klagen om het klagen, we klagen, maar doen niets om het op te lossen. Want dan is er niets meer te klagen.

Als we alle energie die we in dat klagen steken nu eens gaan investeren in zaken die er echt toe doen, die een serieuze bijdrage leveren aan onze maatschappij. Wie weet gaat de wereld er daardoor weer een beetje vrolijker uitzien.

Je zou er haast over gaan klagen. Maar... dat doe ik niet!

Zomaar wat opvallende zaken de afgelopen weken

Een president die “president 45” wordt genoemd omdat hij de 45e president is en men zijn naam niet wil uitspreken. Vind ik nog niet eens zo gek, als ik zie dat hij zich weinig presidentieel gedraagt. Misschien dat de beste man doorkrijgt dat hij ook maar een nummer is en niet de boeken in zal gaan als de meest inspirerende leider van z’n land.

Een bemande benzinepomp die goedkopere benzine levert dan de onbemande pomp een paar honderd meter verderop. Het bevestigt maar weer eens dat de burger dagelijks opnieuw belazerd wordt met zogenaamde aanbiedingen.

Een bekende schrijver, die ladingen kritiek over zich heen krijgt omdat ze een vertederende foto deelt waaraan ze goede jeugdherinneringen heeft. Er staan meerdere kleine kinderen op (inclusief zij zelf) die heerlijk in hun blootje op het strand aan het spelen zijn. Mensen lijken niet meer te kunnen relativeren en dingen in hun tijd te kunnen plaatsen.

Een stelletje politici die over een ogenschijnlijk eenvoudig besluit om zomer- en wintertijd af te schaffen nog eens 3 jaar nodig hebben om daarover een ei te leggen. Het bevestigt maar weer eens dat de gemiddelde politicus de aansluiting met zijn of haar achterban volledig verloren is.

Een minister die ziekenhuizen ziet als “een stapel stenen”. Dezelfde man die jarenlang leiding gaf aan een instantie die buitenlanders volop liet genieten van overheidsgeld zonder daar iets tegenover te zetten. Een tweede bevestiging dat politici geen enkel begrip meer hebben voor wat er feitelijk omgaat in ons land

Politici die ongemakkelijk en boos reageren als een 9 jarig jochie hun territorium betreedt en hen daar kritische vragen stelt over het waarom van zijn aanstaande uitzetting. Je begint je af te vragen wat erger is, politici die hun eigen volk met steeds meer minachting bejegenen of politici die hun onderdanen onderdrukken.

En wat te denken van diezelfde politici die moord en brand schreeuwen over het meer moeten investeren in veiligheid, zorg en onderwijs, en vervolgens stomverbaasd zijn dat er niet per omgaande meer handen aan het bed komen, de veiligheid om diezelfde reden niet toeneemt en er niet meer leraren voor de klas staan. Eigenlijk zijn ze geen haar beter dan die zakenlui waarvan zij zelf vinden dat ze hun zakken vullen. Met geld kun je nog steeds niet alles oplossen. Allemaal voor de bühne, en maar blijven denken dat ze daarmee zieltjes winnen.

Maar gelukkig ook: 3 “oude mannen” in DWDD, die je tranen van het lachen bezorgen omdat ze met heel veel passie “light verses” uit eigen werk voordragen. Droog, gevat en vol humor. Dat zou elke dag verplichte kost moeten zijn, Hulde aan Lévi Weemoedt, Jan Boerstoel en Hans Dorrestijn. Dat doet je al die ellende even vergeten.

Een oud flesje vol met zand, geordend in keurige laagjes, met allemaal verschillende kleuren. Het ziet er al meer dan 35 jaar hetzelfde uit en is een mooi voorbeeld van orde en regelmaat.

Orde en regelmaat is iets waar veel mensen baat bij hebben en waardoor ze rust ervaren in hun dagelijkse bezigheden. Als men weet wat er te wachten staat, kan men zich daarop goed voorbereiden. Onverwachte zaken verstoren dat ritme en vaak is men van slag als er iets gebeurt wat inbreuk maakt op dat dagelijkse ritme. Orde en regelmaat geeft een gevoel van zekerheid en geeft houvast in tijden dat het onrustig is.

Het merendeel van de medewerkers in organisaties is, ondanks dat werkgevers anders willen doen geloven, gewend aan en gebaat bij het hebben van orde en regelmaat in hun dagelijks werk. Daarmee gedijen ze het best en kunnen ze optimaal presteren. Wordt dat verstoord, dan ontstaan er binnen de kortste keren problemen, achterstanden en toenemende werkdruk. Men raakt gestrest of wordt zelfs ziek.
Slechts een relatief klein deel van de medewerkers in een organisatie vindt het plezierig om weinig of geen structuur in het werk te hebben en kijkt elke dag opnieuw uit naar wat die dag gaat brengen.

Een belangrijke taak van P&O is het maken van een goed strategisch personeelsplan. In een dergelijk plan moet niet alleen gekeken worden naar allerlei zaken als leeftijdsopbouw, verhouding man/vrouw en een hoeveelheid aan andere (wettelijke) zaken, ook moet goed gekeken worden naar waar een organisatie naar toe wil en wat voor “soort” mensen daar nu en in de toekomst voor nodig is.
Werkgevers hebben daarvoor over het algemeen weinig oog; het korte termijn denken vraagt om zoveel mogelijk flexibele medewerkers, die breed inzetbaar zijn, maar die wel de dagelijkse productie netjes en zo snel als mogelijk moeten wegwerken. Dat past weliswaar in de huidige tijdgeest, maar is op de langere termijn weinig realistisch.

Om als P&O hierbij een goede balans te bewerkstelligen wordt daardoor steeds moeilijker, een goed strategisch personeelsplan wordt voor veel bedrijven steeds meer utopie. Dat is jammer en gaat zich op enig moment tegen die bedrijven keren.

Artificial Intelligence (AI), ook wel bekend als Kunstmatige Intelligentie (KI) is hot. In de media gaat het met enige regelmaat over dit onderwerp. De ene deskundige na de andere debiteert de nodige wijsheden hierover, waarbij - zoals wel vaker met hot topics - de lezer/kijker/luisteraar alle kanten op gestuurd wordt en vooral zelf maar moet uitvinden wat klopt en wat niet.

Ook in HR land heeft AI intussen z’n intrede gedaan. Met name in werving en selectieland wordt dit nu als de oplossing gezien om tot op de komma nauwkeurig de juiste kandidaat voor de juiste functie te selecteren. In een vakblad stond hierover recent zelfs een zeer tendentieus artikel, dat overigens redelijk schofferend was voor menig Recruiter. Daarin werd namelijk gesteld dat met behulp van AI de Recruiter overbodig wordt, want de machine doet het beter.

De lezer die mij intussen een beetje kent, weet dat ik me aardig op kan winden over dit soort “vernieuwingen”, zo ook over AI. Ik ben en blijf een groot voorstander van het blijven ontwikkelen van middelen die het werk efficiënter en (wellicht) aangenamer kunnen maken, maar roepen dat het selecteren van mensen voor functies beter gedaan kan worden door machines, gaat me te ver.

Feitelijk wordt de kluit belazerd met dit soort “vernieuwingen”. Waarom? Omdat het voeden van dergelijke apparatuur nog steeds gedaan moet worden door mensen. En die mensen bepalen nog steeds de algoritmen die in die machines worden ingevoerd op basis waarvan selectie plaatsvindt. Een simpel voorbeeld. Het algoritme “opleiding” wordt gesteld op HBO, wat er toe leidt dat vervolgens elke sollicitant die geen HBO diploma heeft automatisch buiten de selectie valt. Het algoritme “leeftijd” wordt gesteld op <35, of het algoritme “nationaliteit” wordt gezet op Nederlands. U raadt het al....

Voorstanders zullen nu roepen dat dit soort selecties niet mag. Dat klopt, maar zodra dit soort zaken verwerkt zijn als “algoritme” in een systeem wat vervolgens uit concurrentie overwegingen niet meer inzichtelijk is, kan elke opdrachtgever zich achter dat systeem verschuilen. Geen haan die er naar kraait.

Als P&O zouden we eens moeten ophouden met blind achter dit soort “vernieuwingen” aan te lopen, maar de tijd moeten nemen om eerst eens goed te kijken naar en na te denken over de toegevoegde waarde ervan. Natuurlijk is het handig als een grote hoeveelheid CV’s niet meer gelezen hoeft te worden en natuurlijk levert het tijd op als een geautomatiseerde primaire selectie de berg sollicitaties kleiner maakt en er standaard afwijzingsbrieven verstuurd kunnen worden. Maar wat vergeten wordt is dat het menselijke gezicht van de organisatie afneemt naarmate dergelijke automatismen toenemen.

Daarbij is en blijft het selecteren van kandidaten voor een functie mensenwerk. Iemand hoeft geen HBO diploma te hebben om op HBO werk- en denkniveau ervaring te hebben opgedaan. Leeftijd kan ook iets zeggen over de aanwezige ervaring. Het getuigt van allesbehalve intelligentie als P&O niet meer de moeite neemt alle CV’s door te nemen en daarbij verder te kijken dan alleen maar harde criteria als diploma en dergelijke. En - niet onbelangrijk – de klik tussen leidinggevende en medewerker en medewerker en organisatie is iets wat toch echt alleen in persoonlijke gesprekken kan worden ervaren.

Blind achter AI aanlopen is derhalve AI (Allesbehalve Intelligent).